Home » Vragen & antwoorden

Vragen & antwoorden

Algemeen

Wat doet het programma Babyconnect?

Het Programma Babyconnect maakt digitale informatiedeling mogelijk tussen zorgverleners en de zwangere/kraamvrouw, en tussen zorgverleners onderling binnen de geboortezorg. Het doel is naadloos aansluitende zorg voor moeder en kind(eren) rond de zwangerschap en geboorte, inclusief de overdracht naar volgende zorgverleners, zoals bijvoorbeeld JGZ, kinderarts of huisarts. Babyconnect werkt op twee manieren aan dit doel. Het programma ondersteunt twee pilot implementaties bij de invoering van deze nieuwe manier van werken (zodat in de praktijk blijkt dat het werkt) en Babyconnect maakt een praktisch stappenplan voor geboortezorgregio’s die digitale informatiedeling willen inrichten naar de behoefte van integrale geboortezorg.

Waarom moet de  informatie-uitwisseling in de geboortezorg verbeteren? 

Een zwangere/kraamvrouw en haar kind(eren) krijgen over het algemeen met verschillende zorgverleners te maken, bijvoorbeeld een huisarts, verloskundige, gynaecoloog, echoscopist, kraamverzorgende of laborant. Zorgverleners kunnen beter samenwerken als ze over de juiste zorggegevens beschikken. Dat kan door bevindingen tijdens de zorgverlening eenmalig te registreren, en vervolgens digitaal te delen met de andere betrokken zorgverleners. Overtypen of mondeling doorgeven is dan niet meer nodig. Dat bespaart tijd en vermindert de kans op vergissingen. Op dit moment is digitale informatie-uitwisseling tussen zorgverleners niet of beperkt mogelijk omdat hun systemen niet (goed) op elkaar aansluiten.

Is Babyconnect een product of een softwareprogramma voor een dossier?

Nee, geen van beide. Babyconnect is een samenwerkingsprogramma, dat ervoor moet gaan zorgen dat de bestaande applicaties of softwaresystemen met elkaar kunnen communiceren. Dat zal gebeuren via een register, oftewel een tussenstation. Dit register verwijst het softwaresysteem door naar de plek waar de informatie staat en haalt die dan op. Zie het als een grijparm die op allerlei plekken in plukjes informatie ophaalt en die dan toont op jouw scherm. Aan deze oplossing wordt al lang in Nederland aan gewerkt en Babyconnect maakt gebruik van de informatiesystemen die de geboortezorg nu al gebruikt.

Hoe worden de gegevens opgeslagen?

De opslag en het transport van de gegevens vinden plaats via beschermde verbindingen en een veilig zorgnetwerk. In dit netwerk zijn alleen zorgaanbieders aangesloten binnen de regio. Het gaat dus om een eigen netwerk, dat niet verbonden is met het publieke internet. Zo’n veilig zorgnetwerk kan beheerd worden door bijvoorbeeld een RSO (regionale samenwerkingsorganisatie). Niemand anders dan de zorgaanbieders binnen het netwerk – die toestemming van de cliënte/patiënte hebben gekregen en bij de behandeling zijn betrokken, kan bij de gegevens.
NB: Na de afronding van de twee pilot implementaties kunnen we een meer uitgewerkt beeld schetsen van hoe de gegevens opgeslagen en getransporteerd worden.

Wat is een RSO?

Een RSO is een regionale samenwerkingsorganisatie die samenwerking, communicatie en informatie-uitwisseling tussen zorgaanbieders onderling en met patiënten ondersteunt. Vaak beheren zij het regionale veilige netwerk voor zorgaanbieders. Voor meer informatie zie www.rsonl.nl

Hebben alle regio’s een RSO?

Er is nog geen landelijke dekking van RSO’s. Hier wordt wel aan gewerkt. Indien je regio nog geen RSO heeft en je met verschillende zorgaanbieders in de regio gegevens wilt gaan delen, kun je zelf een RSO oprichten. RSO Nederland kan regio’s hierbij helpen. Op de website www.rsonl.nl vind je meer informatie.

Er zijn geboortezorgprofessionals die al informatie kunnen delen met elkaar binnen een regio. Wat voegt Babyconnect hieraan toe?

Wat Babyconnect hieraan toevoegt is dat het programma werkt aan een aanpak waarbij alle – bij geboortezorg- betrokken disciplines informatie kunnen delen en uitwisselen met elkaar. Dit is nu nog niet mogelijk, maar hieraan is wel behoefte in het veld.

Het uitgangspunt van het programma is dat het niet uitmaakt met welke applicatie je als zorgverlener werkt om gegevens met elkaar te kunnen delen. Een ander uitgangspunt is dat Babyconnect bestaande oplossingen en organisaties die zich met gegevensdeling bezig houden samenbrengt.

Babyconnect werkt bovendien aan een benadering waarbij zorgaanbieders in de geboortezorg ook tussen verschillende regio’s gegevens met elkaar kunnen delen, dus buiten de eigen regio.
Een volgende stap is dat alle disciplines in de zorg informatie met elkaar kunnen delen.

Hoe kunnen andere zorgverleners deze informatie dan inzien?

De zwangere of kraamvrouw heeft toestemming gegeven wie welke informatie mag inzien. Wanneer de zorgverlener gegevens nodig heeft voor haar deel van de zorg, dan wordt er via een register de juiste en toegewezen informatie naar boven gehaald. Deze informatie verschijnt in een scherm, ook wel een viewer genoemd. Dit scherm kun je (vooralsnog) niet bewerken; de informatie is puur ter inzage. De zorgverlener ziet per zorgstap de informatie die zij nodig heeft.

Een voorbeeld: stel je bent verloskundige en je wilt gegevens in het dossier van zwanger X aanvullen, dan doe je dat in je eigen systeem. Daar wordt deze informatie ook opgeslagen. Op het moment dat een andere zorgverlener, bijvoorbeeld een kraamverzorgende, jeugdarts of gynaecoloog, gegevens wil inzien van zwangere X, dan krijgt deze de voor haar zorgverlening relevante (en meest actuele) gegevens te zien. De gegevens die jij als verloskundige hebt aangevuld, kunnen daarbij staan (mits de zwangere hiervoor toestemming heeft gegeven).

Op deze manier zijn altijd de juiste gegevens, op het juiste moment, bij de juiste persoon te zien. Hierdoor worden de kansen op fouten in overdracht verminderd en hoeft de zwangere/kraamvrouw haar verhaal maar een keer te vertellen.

Welke voordelen biedt het programma voor de zwangere/kraamvrouw?  

Cliënten krijgen meer regie op de zorg die zij ontvangen, zeker als er verschillende zorgverleners zijn betrokken. Zij kunnen hun zorggegevens gemakkelijk kunnen inzien en bepalen met wie zij hun zorggegevens delen. Babyconnect neemt de cliënt en/of patiënt als uitgangspunt. Samen met gebruikersgroepen van cliënten/patiënten, zorgverleners, zorgmanagers en statistici en onderzoekers wordt bedacht hoe het delen van gegevens in de praktijk moet werken.

Is het technisch mogelijk om op deze wijze gegevens te kunnen delen?

Ja dat is mogelijk. In 2016 en 2017 hebben twee regio’s deze manier van gegevens delen getest in een proefomgeving. Deze wijze van gegevens delen zullen alle betrokken geboortezorgaanbieders in de twee regio’s de komende periode in hun praktijken invoeren. Hiervoor zijn goede afspraken nodig, op technisch, juridisch en organisatorisch gebied.

De wensen en eisen van de gebruikersgroepen [hyperlink naar gebruikersgroepen] zijn leidend bij de invoering. Op basis van de ervaringen van gebruikersgroepen en de resultaten van de praktijkproeven stelt Babyconnect in het najaar van 2018 een landelijke aanpak voor informatiedeling binnen de geboortezorg op.

Welke regio's werken samen met Babyconnect?

Babyconnect is gestart in de pilotregio’s Amsterdam en Noord-Holland Noord. Binnen deze regio’s zijn in totaal 4 ziekenhuizen, 37 verloskundigenpraktijken, 44 gynaecologen, 54 klinisch verloskundigen, ca. 170 O&G verpleegkundigen en vele kraamverzorgenden en echobureau’s betrokken. De regio’s verlenen zorg aan ruim 13.000 zwangeren per jaar.

Verschillende geboortezorgregio’s hebben belangstelling getoond om met Babyconnect te starten. Zodra de oplossing werkt in de pilotregio’s, kan de invoering in andere geboortezorgregio’s starten. Heb je interesse, neem dan contact op met stichting CareCodex: info@carecodex.org.

Wat is er tot nu toe bereikt?

Organisaties die betrokken zijn bij de geboortezorg in Nederland, hebben gezamenlijk bepaald waar informatie-uitwisseling binnen de geboortezorg aan moet voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in het Framework realisatie digitaal informatie delen in de geboortezorg. In het Framework staan de kaders zoals VWS die stelt voor de ontwikkelingen voor informatie-uitwisseling in de geboortezorg. Dit Framework is tevens het startpunt van het programma Babyconnect.

Het Framework is tot stand gekomen in opdracht en onder regie van het ministerie van VWS directie curatieve zorg, in samenwerking met CPZ, Perined en Nictiz, en is opgesteld door stichting CareCodex. Andere betrokken spelers zijn leveranciers van applicaties, van netwerken, of regisseurs, dienstverleners, beheersorganisaties, netwerkbeheerders zoals RSO’s, ondersteunende instanties zoals ROS-en, RIVM, CPZ en CPZ Taskforce, Perined, Nictiz en koepelorganisaties binnen het huidige Bestuurlijk Overleg van de geboortezorg, zoals de Patiëntenfederatie, KNOV, NVOG, Bo Geboortezorg. Daarnaast zijn er nog de koepelorganisaties die ook nauw betrokken zijn waaronder NCJ (waaronder JGZ), NVK, NVZ, FMS, NFU, Ineen en ActiZ. Tenslotte zijn ook overheidsinstanties betrokken, waaronder VWS, EZK, IGJ, ZiN, NZa, RIVM en gemeenten, en lokaal en regionaal partijen als Cliëntenraden, GGD, JGZ, Spoedzorg en andere zorgorganisaties.

Wat zijn de volgende stappen?

Babyconnect werkt in 2018 aan implementatieplannen in twee pilotregio’s. Onder leiding van RSO Sigra in de regio Amsterdam (deelnemende Verloskundige Samenwerkingsverbanden zijn Amsterdam Oost-Centrum en Amsterdam West) en onder leiding van RSO Zorgring in de regio Noord Holland Noord (deelnemende VSV’s/IGO’s zijn Midden Kennemerland, Geboortehart met overige leden van VSV West Friesland/Waterland). Naast deze implementatieplannen ontwikkelt Babyconnect een implementatieplan voor de overige 74 verloskundige samenwerkingsverbanden, en een opschalingsplan voor de gehele zorgsector.

Wie werken samen binnen Babyconnect?  

Het programma organiseert de betrokkenheid van alle actoren in de geboortezorg: patiënten/ cliënten, zorgverleners, praktijken, ziekenhuizen en andere zorgorganisaties. Babyconnect is een actieprogramma van de Nederlandse geboortezorg en het ministerie van VWS, uitgevoerd door stichting CareCodex.

Andere betrokken spelers zijn leveranciers van applicaties, van netwerken, of regisseurs, dienstverleners, beheersorganisaties, netwerkbeheerders zoals RSO’s, ondersteunende instanties zoals ROS-en, RIVM, College Perinatale Zorg, Perined, Nictiz en koepelorganisaties binnen het huidige Bestuurlijk Overleg van de geboortezorg, zoals de Patiëntenfederatie, KNOV, NVOG, BO Geboortezorg. Daarnaast zijn er nog de koepelorganisaties die ook nauw betrokken zijn waaronder NCJ (waaronder JGZ), NVK, NVZ, FMS, NFU, Ineen en ActiZ. Tenslotte zijn ook overheidsinstanties betrokken, waaronder VWS, EZK, IGJ, ZiN, NZa, RIVM en gemeenten, en lokaal en regionaal partijen als Cliëntenraden, GGD, JGZ, Spoedzorg en andere zorgorganisaties.

Hoe verhoudt Babyconnect zich tot andere landelijke initiatieven die zich bezighouden met zorgbrede gegevensdeling?

Een van de uitgangspunten van Babyconnect is om te werken met alle oplossingen en ideeën die over de jaren ontwikkeld zijn. De ambitie om op een veilige manier gegevens te kunnen delen tussen verschillende zorgdisciplines en – verleners en zwangeren/kraamvrouwen is niet iets nieuws. Hier zijn verschillende partijen sinds enkele jaren mee bezig. Babyconnect sluit aan op de landelijke en internationale ontwikkelingen op dit gebied.

Wat zijn gebruikersgroepen?

Er zijn vier gebruikersgroepen geformeerd: cliënten/patiënten, zorgverleners, zorginstanties en statistici. In deze groepen bedenken de deelnemers hoe het gebruiksvriendelijk delen van gegevens in de praktijk moet werken en aan welke eisen en wensen de oplossing moet voldoen. Deze eisen en wensen vormen de leidraad voor regio’s in het hele land voor de invoering van het digitaal delen van gegevens. Wil je meedenken aan de oplossing? Neem dan contact op met Ellen Jongkind, info@carecodex.org.

Cliënten

(zwangeren/ouders)

Hoe wordt de informatiedeling tussen zorgverleners gerealiseerd?
Een register zorgt ervoor dat verschillende systemen met elkaar kunnen communiceren. Informatie over jou en jouw zwangerschap is nu versnipperd aanwezig in de computersystemen van zorgverleners. Een register werkt een beetje als een grijparm: het pakt de juiste plukjes informatie uit de verschillende systemen en brengt deze bij elkaar in een scherm op de computer bij je zorgverlener. Zo heeft deze de juiste gegevens paraat.
Waar staan mijn gegevens opgeslagen?
De gegevens die bijvoorbeeld een gynaecoloog oproept tijdens een consult van een andere zorgverlener zoals bijvoorbeeld de verloskundige , kan zij alleen inzien; dus niet opslaan. Als zij informatie over jouw gezondheid wil aanvullen, dan doet zij dat in haar eigen systeem. Deze gegevens kan een andere zorgverlener, bijvoorbeeld een verloskundige, ook oproepen bij een volgend consult. Ook zij kan de opgeroepen informatie (nu nog) niet opslaan. In de toekomst wordt dit wel mogelijk.
Welke personen/zorgverleners kunnen mijn gegevens inzien?
Jij bepaalt dit. Jij geeft toestemming – mondeling, schriftelijk of digitaal – aan de zorgverleners over welke informatie zij mogen inzien. Het kan zijn dat er in een noodsituatie een zorgverlener toch gegevens inziet waarvoor jij misschien geen toestemming hebt gegeven. Dat noemen ze `breaking-the-glass’ of een ‘noodknopprocedure’. Hier zijn juridische richtlijnen voor en de zorgverlener zal zich achteraf moeten verantwoorden.
Welke gegevens kunnen zorgverleners inzien?
Dat bepaal jij als cliënt. Jij hebt de regie over je eigen gegevens. De zorgverleners kunnen je goed informeren over welke informatie zij minimaal nodig hebben om goede zorg aan jou te kunnen verlenen. Op dit moment worden er door zwangeren/kraamvrouwen en zorgverleners uit het hele land in zogenaamde gebruikersgroepen besproken welke gegevens de patiënten/cliënten willen zien en ook over welke gegevens essentieel zijn voor goede zorgverlening.
Kan ik het terugdraaien dat een zorgverlener mijn gegevens kan inzien?
Ja, dat kan. Het uitgangspunt van het programma Babyconnect is dat zwangeren/kraamvrouwen bepalen wie wel of niet hun gegevens mogen inzien. De zwangere/kraamvrouw mag te allen tijde van mening veranderen en de toegang wijzigen.
Kan ik meedenken over hoe mijn gegevens gedeeld kunnen worden op een gebruiksvriendelijke en veilige manier?

Dat kan zeker. De wensen en de eisen van zwangeren/kraamvrouwen zijn leidend. Daarom is er een gebruikersgroep opgericht voor zwangeren/kraamvrouwen om na te denken over waaraan deze manier van gegevensdelen moet voldoen. Om je aan te melden of om meer informatie in te winnen, vragen we je om contact op te nemen met Ellen Jongkind, info@carecodex.org.

Hoe kan ik mijn eigen zorginformatie inzien?

Dat kan in een Persoonlijke Gezondsheidsomgeving (PGO). Een persoonlijke gezondsheidsomgeving is een omgeving waarin alle informatie van apps, websites en zorgverleners staan. Zo heb je je hele leven lang alle informatie over jouw gezondheid op één plek en is het niet meer nodig om op verschillende portalen in te loggen. Er is al een aantal PGO’s op de markt waarmee je aan de slag kunt. Deze PGO’s zijn allemaal nog in ontwikkeling. Voor meer informatie kijk je op de site van de Patientenfederatie.

Hoe wordt mijn privacy bewaakt?
De gegevens over je behandeling worden alleen gedeeld met andere zorgprofessionals als je daar zelf toestemming voor hebt gegeven. De controle daarop wordt bewaakt door een regionale stichting die zorgt dat gegevens veilig worden getransporteerd via een veilig (zorg)netwerk. Zij controleren of iemand toestemming heeft om gegevens te zien. Ook wordt bijgehouden wie wat gezien heeft. Jij kan zien wie wat gezien heeft en jij mag vragen waarom iemand dat gedaan heeft hoewel je daar geen toestemming voor hebt gegeven. De betreffende persoon moet zich dan verantwoorden bij jou en bij toezichthoudende instanties. In een noodsituatie kunnen de gegevens worden ingezien zonder je toestemming mits de zorgverlener die bij jouw zorg is betrokken.

Zorgverleners

Is het getest of het technisch mogelijk is om op de beschreven manier informatie met elkaar te delen?
Ja. In 2016 en 2017 hebben twee regio’s dit getest in een proefomgeving en het is mogelijk. Deze regio’s gaan in de volgende fase, de pilotfase, in hun dagelijkse praktijk werken met deze manier van informatie delen. Hiervoor zijn goede afspraken nodig, op technisch, juridisch en organisatorisch gebied. Deze worden op het moment van schrijven uitgewerkt.

De wensen en eisen van de gebruikersgroepen (zie: Wat zijn gebruikersgroepen?) zijn leidend bij de invoering. De pilotregio’s zijn de eerste in het land die op deze manier gaan werken. Op basis van de ervaringen van gebruikersgroepen en de resultaten van de praktijkproeven stelt Babyconnect in het najaar van 2018 een landelijke aanpak voor informatiedeling binnen de geboortezorg op. Deze aanpak, de roadmap genoemd, is eigenlijk een implementatieplan voor de geboortezorg. Daarnaast zal RSO Nederland een plan opstellen om de gevonden oplossingen zorgbreed in te kunnen voeren.

Op wat voor een termijn zouden wij in onze regio deze manier van delen kunnen invoeren?
De termijn is lastig te voorspellen. Het programma Babyconnect loopt tot 2022 en dan zal de implementatie van dit programma voor de geboortezorg gereed zijn in heel Nederland. De pilotregio’s gaan in het najaar aan de slag met de invoering van het gebruiksvriendelijk delen van digitale gegevens. Om tot samenwerking te komen, moeten de regio’s organisatorische, juridische en financiële afspraken maken.
Kan ik in mijn eigen dossier (zorgverlenersysteem) blijven werken?
Ja, dat kan. Dit is een uitgangspunt van het programma Babyconnect.
Worden de opgeroepen gegevens in je dossier geïmporteerd of zijn ze alleen zichtbaar?
De gegevens zijn (vooralsnog) alleen zichtbaar. De informatie die jij mag inzien en waar de cliënt toestemming voor heeft gegeven, krijg je te zien in een viewer, een scherm. Je kunt dit scherm niet bewerken, maar alleen inzien. Wanneer je gegevens wilt aanvullen, doe je dat in je eigen dossier/programma. Deze gegevens kunnen dan weer voor een andere zorgverlener inzichtelijk zijn in een viewer. De opgeroepen gegevens worden dus (nog) niet geïmporteerd en kunnen ook niet opgeslagen worden.
Wordt alleen gestandaardiseerde informatie getoond in het scherm of zie je vrije tekst?
Deze vraag is ook in de gebruikersgroep naar voren gekomen. Er wordt gewerkt aan een oplossing waarbij het mogelijk is om ook de vrije tekst te kunnen zien.
Hoe zit het als zich een acute situatie voordoet en je als zorgverlener toch gegevens nodig hebt waarvoor de cliënt geen autorisatie heeft gegeven?
In noodsituaties kan dat voorkomen. Dit wordt `breaking-the-glass’ of ‘noodknop-procedure’ genoemd. Hier zijn allerlei wettelijke richtlijnen voor en achteraf zal je je als zorgverlener goed moeten kunnen verantwoorden waarom je gebruik hebt gemaakt van deze procedure.
Kan een zwangere/kraamvrouw de inzage ook weer stopzetten voor een zorgverlener?
Ja, dat kan. Het uitgangspunt van het programma Babyconnect is dat cliënten bepalen wie wel of niet hun gegevens mogen inzien. Het is van belang dat cliënten geïnformeerd worden welke informatie essentieel is om te delen met andere zorgverleners om goede zorg te kunnen verlenen aan haar.
Kunnen regio’s aanspraak maken op een landelijke subsidie?

Dat kan nu nog niet, maar het is de verwachting is dat dit in 2019 wel kan. De eisen en randvoorwaarden die verwoord zijn in het framework zijn hierbij leidend.

Kan er nog aangemeld worden voor een pilot?
Nee. De pilotregio’s zijn inmiddels al bekend. Wel zou het mogelijk kunnen zijn om je als zorgaanbieder aan te sluiten bij de gebruikersgroepen (die ook weer betrokken zijn bij de pilots). Dit vergroot je invloed op hoe de toepassing er uiteindelijk uit gaat zien en het levert je als zorgverlener en als zorgorganisatie veel kennis op over de werking en de mogelijkheden van de oplossingen.
Wat zijn zorginformatiebouwstenen (ZIB’s)?

Op de website van Nictiz staat dit uitgebreid beschreven: https://zibs.nl/wiki/ZIB_Hoofdpagina

Zorgorganisaties

Kan er nog aangemeld worden voor een pilot?
Nee. De pilotregio’s zijn inmiddels al bekend. Wel zou het mogelijk kunnen zijn om je als zorgaanbieder aan te sluiten bij de gebruikersgroepen (die ook weer betrokken zijn bij de pilots). Dit vergroot de invloed op hoe de toepassing er uiteindelijk uit gaat zien en het levert je als zorgorganisatie veel kennis op over de werking en de mogelijkheden van de oplossingen.
Zijn er kosten verbonden aan deelname voor VSV’s?
Ja. Uit de pilots moet duidelijk worden wat de kosten zijn bij invoering. In eerste instantie zijn de kosten van VSV’s beperkt tot de tijd die ze investeren. Er zal waarschijnlijk wel een bijdrage gevraagd worden door een RSO (Regionale Samenwerkingsorganisatie) om gebruik te kunnen maken van het beveiligde netwerk (dat veilige netwerk is onder andere waar de RSO’s voor zorgen).
Kunnen wij aanspraak maken op een landelijke subsidie?
Dat kan nu nog niet. Er kunnen hier helaas geen garanties over gegeven worden, maar de verwachting is dat dit in 2019 wel kan. Het is de intentie dat er geld vrij gemaakt wordt voor de invoering. De eisen en randvoorwaarden die verwoord zijn in het Framework realisatie digitaal informatie delen in de geboortezorg zijn hierbij leidend.
Zijn de zorgverzekeraars (financieel) betrokken bij dit programma?
De zorgverzekeraar is op dit moment niet financieel betrokken bij dit landelijk programma. Babyconnect heeft wel afstemming met hen. Ook met andere partijen die op enige manier bezig zijn met digitale gegevensdeling hebben we contact.
Hoe kunnen we ons als VSV voorbereiden?

In deze blog vertelt Susanne Zuidhof over hoe je je kunt voorbereiden als cluster van minimaal 3 VSV’s. Je kunt de kennis over wat er allemaal is ontwikkeld op peil brengen. In het framework vind je eisen en randvoorwaarden die door de geboortezorgsector zijn opgesteld om digitale gegevens veilig te kunnen delen en waarbij de controle over de gegevens bij de cliënt ligt. Ook kun je kijken naar de digitale spreekuren die regelmatig verzorgd worden en waarin de ontwikkelingen besproken worden (zie www.kennisnetgeboortezorg.nl). Daarbij kun je naar bijeenkomsten komen die dikwijls georganiseerd worden. Stel vooral vragen en ons advies is om ervoor te zorgen dat de consequenties van deze manier van werken helder zijn.

Wat is er nodig om deze manier van werken te kunnen invoeren in onze regio?
Het is van belang om binnen de regio een gezamenlijke koers te bepalen door helderheid over de gezamenlijke ambitie van het delen van gegevens te formuleren. Ten tweede is het nodig dat er bij iedere zorgaanbieder commitment hiervoor is. Vervolgens is het nodig om de koers te vertalen naar een plan van aanpak. Ook is het nodig dat met de invoering financiering, ondersteuning en andere randvoorwaarden gewaarborgd zijn.
 
Hoe kan het programma Babyconnect onze VSV helpen?
Je kunt ons altijd benaderen voor vragen. In sommige gevallen komen we ook naar de VSV’s toe om uitleg te geven, alleen dan vragen we wel dat meerdere VSV’s tegelijkertijd aanwezig zijn en bij voorkeur ook de betreffende RSO uit te nodigen hierbij. Ook kun je deelnemen aan digitale spreekuren, waar je live je vragen kunt stellen. Daarnaast organiseren we regelmatig informatiebijeenkomsten over het programma.

Heeft u een vraag die er niet tussenstaat?

4 + 2 =

Share This