Interview Jorrit Spee: ‘Regio’s kunnen aan de slag met de technische implementatie.’

11 juni 2020

Regionale partnerschappen hebben werkende technologie en duidelijke afspraken nodig om te starten met de (technische) implementatie van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Achter de schermen zijn betrokken partijen en het programmabureau VIPP Babyconnect hard bezig om deze zaken te ontwikkelen. Jorrit Spee, projectleider landelijke ontwikkelingen bij VIPP Babyconnect, vertelt in dit interview hoe het ervoor staat. 

Jorrit, jij bent projectleider landelijke ontwikkeling. Wat wordt er verstaan onder de landelijke ontwikkelingen?
Grofweg de volgende drie zaken:
1) het mogelijk maken dat de technologie voor de geboortezorg beschikbaar komt,
2) het maken van het VIPP Babyconnect Afsprakenstelsel en
3) het inrichten en gebruiken van een landelijke test- en validatieomgeving.
Deze projecten zijn alle drie met elkaar verweven en de resultaten die hieruit volgen zijn relevant voor de regionale partnerschappen bij de implementatie. 

Hoe dat zo?
Om de technologie voor digitale gegevensuitwisseling te kunnen ontwikkelen moet je eerst weten wat je wil realiseren. Hiervoor zijn afspraken nodig, die je vastlegt in een afsprakenstelsel. Dit stelsel schept kaders voor de digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Om de technologie vervolgens te beproeven, heb je een testomgeving nodig; voor leveranciers die de techniek bouwen en voor de regionale partnerschappen die de technologie gaan implementeren.

Je hebt het over de techniek die ontwikkeld wordt. Waar heb je het dan over?
De aanpak of techniek die VIPP Babyconnect volgt bestaat uit verschillende modules of deeloplossingen (zie deze infographic). Kortweg houdt de aanpak in dat de relevante zorggegevens op het juiste moment in het zorgproces opgeroepen moeten kunnen worden. De gegevens die je invoert moeten op een later moment ook op te roepen zijn.

Om dit voor elkaar te krijgen is het nodig dat zorginformatiesystemen gegevens toegankelijk maken en dat deze vertaald worden naar zibs [ zie ook ‘de gekozen aanpak’]. Daarbij worden de ingevoerde gegevens aangemeld bij een index, die dan weet waar de informatie staat. Om de informatie die hebt opgeroepen te kunnen bekijken, heb je een viewer of scherm nodig die de gegevens presenteert.

Bovengenoemde onderdelen zijn het programmabureau VIPP Babyconnect met experts en leveranciers en landelijke partijen (o.a. TWIIN, MedMij, MITZ-OTV) aan het uitvoeren, ontwikkelen en testen. Binnenkort leveren we deze technische deeloplossingen op zodat de regionale partnerschappen ze kunnen gebruiken. 

Wat betekent dit voor een regio die aan de slag wil met het implementeren van digitale gegevensuitwisseling?
Allereerst dat de uitgedachte architectuurscenario’s en de hiervoor benodigde technologie technisch haalbaar zijn. Met de oplevering van de onderdelen kunnen regio’s deze deeloplossingen inkopen bij leveranciers. De eisen van de technologie staan beschreven in het afsprakenstelsel, dat leveranciers vanaf 1 juli kunnen inzien. Op basis hiervan kan een regio voor een architectuur kiezen en in gesprek gaan met leveranciers om de implementatie te starten. Kortom, de regio’s kunnen aan de slag met de technische implementatie.

Wanneer wordt het afsprakenstelsel opgeleverd?
Versie 1.0 wordt begin juli opgeleverd. In het najaar komt een volgende, meer uitgebreide, versie.
Na 1 juli volgt een open consultatieronde, waarvoor ik bij dezen iedereen die dat wil uitnodig om mee te denken met de verdere ontwikkeling ervan. Een belangrijk uitgangspunt in het maken van het afsprakenstelsel- en sowieso in het VIPP programma- is dat we het samen met het veld doen. 

Wat kun je dan als regio met het afsprakenstelsel versie 1.0?
In het stelsel, een set van specificaties, afspraken, regels, vind je hoe de verschillende modules met elkaar ‘praten’ en hoe de beveiliging is geregeld. Ook staan alle rollen en verantwoordelijkheden beschreven.

Versie 1.0 geeft houvast om een weloverwogen keuze te maken voor een architectuurscenario. Want hoe je het op grote lijnen gaat vormgeven, is een van de eerste keuzes die je maakt. Het stelsel biedt drie hoofdoplossingsrichtingen (XDS, FHIR of een mengvorm). De afspraken om een gekozen architectuurscenario te vertalen naar je eigen situatie in de regio staan ook beschreven hierin.

Tot slot, klopt het dat de focus van VIPP Babyconnect qua (technische) ondersteuning aan de regio’s wat verschoven is?
Klopt. In eerste instantie was het idee dat regio’s zelf aan de slag gingen met het uitwerken van de techniek en architectuur. Gaandeweg werd duidelijk dat er een behoefte was aan een landelijke uitwerking hiervan en aan meer ondersteuning van het programmabureau.

Dit vind ik zo mooi aan een innovatieproject als deze; dat je er met voortschrijdend inzicht samen achter komt hoe het project beter en effectiever kan verlopen. Ik vind het enorm gaaf dat ik aan dit mooie project kan meewerken! 

Samen komen we verder

De (technische) oplossingen komen tot stand met de kennis en inzichten van professionals, experts, beleidsmakers en bestuurders. Bij VIPP Babyconnect geloven we dat er vele perspectieven nodig zijn om te gaan zien wat voor iedereen werkt. En die afweging kan altijd beter. Zie jij mogelijkheden voor verbetering? Laat het ons weten via info@carecodex.org. Samen weten we meer. Samen komen we verder.