De gekozen aanpak


De zorgverlener, maar ook de cliënt, wil op het juiste moment de juiste gegevens kunnen inzien in één overzichtelijk scherm. Zo’n scherm, wat je zou kunnen zien als een integrale zwangerschapskaart, is er momenteel nog niet. Om dit te realiseren is er in de geboortezorg nagedacht over een aanpak. Hoe er tot een aanpak gekomen is en hoe deze eruit ziet, lees je op deze pagina.

‘Hoe kan er een integrale zwangerschapskaart gerealiseerd worden?’

Deze vraag is het vertrekpunt geweest. Vervolgens zijn verschillende mogelijkheden onder de loep genomen, zoals het werken in hetzelfde zorgverlenerssysteem, het versturen via LSP en het uitwisselen van pdf’s.

Echter, al deze ideeën bleken niet toekomstbestendig en niet te voldoen aan de wensen van de gebruikers en wettelijke eisen, zoals registratie aan de bron. (Zie ook uitklapkader onderaan deze pagina: Waarom andere mogelijkheden voor gegevensdeling niet voldoen aan de wensen en eisen)

Welke oplossing is wél mogelijk?

De volgende stap was te kijken naar wat er dan wel mogelijk is en wat wel voldoet aan alle eisen. Het uitgangspunt hierbij is: gebruik wat er al is. Dit om de kosten te beperken en de doorlooptijd te verkorten.

Om ervoor te zorgen dat je de juiste informatie op het juiste moment kunt inzien, is een flexibele samenstelling van informatie nodig die je kunt opvragen. Om deze flexibele samenstelling te krijgen – zodat informatie hergebruikt kan worden – moeten data in stukjes geknipt worden.

Hiervoor zijn zorginformatiebouwstenen (zibs) ontwikkeld. 

Een zib is een set van gegevens die als brokje bij elkaar horen, zoals persoonsgegevens, bloeddruk, of vorige zwangerschap. Een zib beschrijft wat er over een bepaald item van het zorgproces van de cliënt moet worden vastgelegd en hoe dat moet worden vastgelegd.
(Zie voor meer informatie het kader ‘Een voorbeeld van een zib’)

Zibs als hart van de aanpak

De zibs vormen de kern van de aanpak. Doordat de datasets flexibel samengesteld kunnen worden, kan relevante informatie op het juiste moment opgevraagd worden.

Hiervoor is nodig dat zorgverlenerssystemen zibs in een standaardcomputertaal kunnen aanleveren. Alleen, nu kunnen deze systemen dat nog niet. Daarom hebben betrokken partijen in de geboortezorg en VIPP Babyconnect de handschoen opgepakt.

Er zijn vertaalmodules ontwikkeld die de beschikbare informatie uit de zorgverlenerssystemen vertalen naar zibs in een standaardcomputertaal. Op deze pagina leggen we meer uit over de vertaalmodules.

Een voorbeeld van een zib

Wat: waar bestaat zib-patiënt uit?
BSN, voornaam, achternaam, tussenvoegsel, geb. datum.

Hoe wordt zib-patiënt beschreven?:
BSN: 9 cijfers (moet voldoen aan de 11 proef)
Voornaam: tekst (Eerste letter Hoofdletter)
Achternaam: tekst (Eerste letter Hoofdletter)
Tussenvoegsel: tekst (kleine letters)
Geboortedatum: dag (=twee cijfers) maand (=tekst, kleine letters) jaar (=4 cijfers)

Hoe ziet een ingevulde zib-patiënt er bijvoorbeeld uit?

BSN: 123456789
Voornaam: Ineke
Achternaam: Jansen
Tussenvoegsel: van der
Geboortedatum: 15 mei 1992

Het Zib-centrum van Nictiz, de kennisorganisatie voor digitale informatie-uitwisseling in de zorg, beheert de landelijke set zibs: deze set is bedoeld voor zorgbreed gebruik en is te vinden op www.zibs.nl.

Hoe werkt de gekozen aanpak?

Bij het delen van digitale gegevens vormen twee processen de basis: informatie ophalen en informatie schrijven. Hoe dit precies werkt onder de motorkap. lees je hieronder.

Oproepen van gegevens

De zorgverlener vraagt in zijn of haar systeem om de benodigde gegevens in te zien. Dit gebeurt in module E. Deze module is bijvoorbeeld een tabblad in je eigen systeem (je hoeft dus niet opnieuw in te loggen). Om de gegevens te mogen bekijken, moet de zorgverlener toestemming hebben; zowel van de cliënt als vanuit de functie die de zorgverlener bekleedt.

Module E vraagt vervolgens aan module D1 om de relevante zibs op te halen. Module D1 maakt een lijst met zibs, oftewel datapakketjes, die nodig zijn. Vervolgens vraagt module D1 aan module C, een index, waar deze datapakketjes opgeslagen staan, dus in welke zorgverlenerssystemen in Nederland.

Module C haalt de zibs op. Deze zijn nog onleesbaar, omdat ze in standaardcomputertaal staan. Module D2 vertaalt deze computertaal naar leestaal. Daarna zet module D2 de informatie op de juiste plaats in bovengenoemd tabblad (module E) in het computerscherm van de zorgverlener (oftewel de integrale zwangerschapskaart).

Zo ziet de flow er in globale lijnen uit:

Een integrale zwangerschapskaart kan er zo uitzien:

Voor andere voorbeelden, zie het Functioneel Ontwerp.

NB:
Wanneer je het scherm wegklikt, verdwijnt alle informatie. Het is te vergelijken met een internetbrowser. Die haalt ook informatie voor je op. Op het moment dat je een tab wegklikt, is de informatie ook weg. Maar de gegevens staan nog steeds op dezelfde plek als waar ze opgehaald zijn.

In de toekomst is het ook mogelijk om de gegevens op te slaan (importeren) in je eigen systeem.

Invoeren van nieuwe gegevens

Wanneer je als zorgverlener nieuwe gegevens invoert, kun je deze in module A aanbieden aan de index, module C. Nu is het nog niet mogelijk om dit rechtstreeks te doen. Vandaar dat het aanbieden via een vertaler, module B, gaat. Deze module B maakt van de data zibs en meldt deze vervolgens aan bij de index, module C.

Aanpak voor digitale gegevensuitwisseling uitgelegd in animatie:

De toekomstvisie

Onze toekomstvisie is dat de juiste gegevens op het juiste moment gedeeld kunnen worden. De toekomstbestendige manier is dat dit via een index gaat, waardoor informatie flexibel samengesteld kan worden met datapakketjes, oftewel, zibs. Het is de bedoeling dat zorgverlenerssystemen in de toekomst via een vertaaltabel zelf zibs kunnen maken, en dat de huidige vertaalmodules (B en D) dan niet meer nodig zijn.

Waarom andere mogelijkheden voor gegevensdeling niet voldoen aan de wensen en eisen

Er zijn meerdere manieren waarop gegevens uitgewisseld kunnen worden. Echter de oplossingen die hieronder genoemd worden voldoen niet aan de eisen en wensen van de geboortezorg. Hieronder leggen we uit waarom niet. De onderstaande lijst is niet uitputtend:

  • Uitwisselen van pdf files
    • Losse documenten hebben elk een eigen lay-out, oftewel indeling waar de informatie staat. Hierdoor moeten zorgverleners zoeken naar gegevens.
    • Als er meerdere documenten doorgebladerd moeten worden hebben de zorgverleners liever papier.
  • Werken met een database
    • Werken met één database brengt onzekerheid met zich mee. Wat nu, bijvoorbeeld, als het bedrijf erachter ophoudt te bestaan
    • Niet alle databases kunnen documenten, zoals echo’s en CTG, opslaan. De wens is dat dit wél kan.
    • Database kan gehackt worden.
  • Microware Perihub
    • Microware Perihub werkt niet met zibs, die ervoor zorgen dat gegevens herbruikbaar zijn en flexibel samengesteld kunnen worden.
    • De toegang wordt beheerd door een commerciële partij.
    • Andere zorgverlenerssystemen willen hun gegevens niet ontsluiten naar deze partij.
  • Ziekenhuissysteem
    • Verloskundigen werken met systemen die speciaal ingericht zijn op deze zorg. De verloskunde vormt in het ziekenhuissysteem een klein onderdeel, waardoor dit systeem niet optimaal aansluit op de wensen van verloskundigen.
    • In het ziekenhuissysteem zijn de kraamzorg en de JGZ niet aangesloten, terwijl zij belangrijke partners zijn in de keten.
    • Het ziekenhuissysteem is niet gekoppeld met andere regio’s en kunnen geen gegevensdelen met deze regio’s.
  • Eén op één aan elkaar sturen
    • Op deze wijze is de informatie niet voor een toekomstige zorgverlener op te roepen en is de informatie niet herbruikbaar. De informatie is niet via een centraal punt (de index) op te roepen.
    • Vanwege de acute aard van de geboortezorg is het vaak van tevoren niet bekend naar wie de gegevens opgestuurd moeten worden.
    • Verschillende zorgverleners hebben de gegevens of delen daarvan nodig, ook in de toekomst.
  • LSP
    • Wordt alleen gebruikt door huisartsen en apotheken
    • Werkt met UZI-pas. Dit kost een verloskundige veel geld
    • Je kunt als cliënt alleen toestemming geven om alle gegevens in te zien (of alles te weigeren). Je kunt geen toestemming geven om delen van de informatie in te zien.
    • Je kunt in het LSP geen documenten zoals een echo of CTG opvragen.
  • Sturen van PWD berichten
    • Niet alle zorgverlenerssystemen staan toe om deze berichten in te lezen.

     NB: Bij alle punten, behalve LSP, geldt dat de zwangere niet de regie heeft over de eigen gegevens.

    Waarom de gekozen aanpak voor digitale gegevensdeling wel voldoet
    • Deze aanpak is na vele jaren nog te gebruiken, doordat de index weet waar de zibs staan en waaruit deze opgebouwd is.
    • Met zibs kan er op dynamische manier een scherm samengesteld worden.
    • Een scherm kan in elke gewenste taal gepresenteerd worden.
    • Toestemming kan door de cliënt per zib, brokje informatie, bepaald worden.
    • Via deze aanpak kunnen ook documenten zoals een CTG en echo gedeeld worden..
    • De aanpak is ook te gebruiken voor PGO.
    • De gegevens zijn goed beveiligd: de zibs zijn alleen te vinden via een goed beveiligde index.
    • Het beheer ligt bij een organisatie met een bestuur van zorgverleners (RSO).

    Regie van de cliënt als voorwaarde

    Regie van de cliënt is een voorwaarde in de aanpak. De regie van de cliënt bestaat uit twee onderdelen: het bepalen welke informatie de zorgverlener mag bekijken én het kunnen nagaan welke informatie een zorgverlener heeft ingezien.

    Beveiligde gegevensuitwisseling

    Gegevens worden versleuteld (encrypted) getransporteerd over beveiligde netwerken. Alleen zorgverleners met de juiste toegangsrechten hebben toegang tot het netwerk. Dit heet authenticatie.

    Eenheid van taal

    Om ervoor te zorgen dat twee zorgverleners elkaar begrijpen wordt er in de zorg gewerkt met eenheid van taal. Hiermee bedoelen we dat alle zorgverleners dezelfde zorgtermen gebruiken.