Implementatie nu echt realistisch

11 juni 2022

De regionale partnerschappen zijn goed op weg met de implementatie van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Vorig jaar werd duidelijk dat er extra financiering van VWS nodig was voor de ICT-middelen en licentiekosten (zie kader). De negen regionale partnerschappen en het programmabureau Babyconnect sloegen de handen ineen.

Vertrouwen
Voor Mireille Wolleswinkel-Schriek, directeur-bestuurder van penvoerder RZCC voor Brabant en Limburg, betekent de beschikbaarheid van extra geld dat de implementatie nu écht realistisch is. “De investering in ICT-middelen is aanzienlijk. Zorginstellingen hebben krappe marges, dus niet alle instellingen hadden dit zelf op kunnen of willen brengen. Dat er extra geld beschikbaar is, geeft vertrouwen aan zorginstellingen dat digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg niet enkel regionaal maar ook landelijk hoog op de agenda staat.”

Meer zekerheid
Ook Fimke Wiersma, bestuurder van Elaa en penvoerder voor regionaal partnerschap Amsterdam-Amstelland-Almere, beaamt dat de implementatie nu echt haalbaar is: “De leveranciersselectie kostte meer tijd en dat leverde een vertraging op. De toezegging biedt voor de komende jaren veel meer zekerheid voor de deelnemende partijen. De zorgpartijen in de regio Amsterdam-Amstelland-Almere hadden namelijk een slag om de arm gehouden voor het geval ze deze kosten zelf moesten betalen. Dat risico is nu weggenomen. De toekenning is een stuk erkenning. De inspanningen tot nu toe zijn niet voor niets geweest. En dat schept vertrouwen.”

Vol goede moed vooruit
Vol goede moed en enthousiasme gaan de regionale partnerschappen verder met de implementatie. Mireille Wolleswinkel-Schriek: “De partnerschappen in Brabant en Limburg hebben intussen een goed beeld gevormd van de gewenste ICT-architectuur en de huidige mogelijkheden met bestaande ICT. Vanaf 2023 gaan we zorgverleners voorbereiden met trainingen en de technische implementatie uitvoeren.” Ook bij het partnerschap Amsterdam-Amstelland-Almere staat einde 2022 en het jaar 2023 in het teken van implementatie en training. “En de borging op lange termijn, natuurlijk,” vult Wiersma aan.

Waar staan de regionale partnerschappen nu?

Mireille Wolleswinkel-Schriek van RZCC: “De partnerschappen Brabant en Limburg zijn afgelopen januari 2022 echt van start gegaan, nadat zij in december de subsidie toegekend hebben gekregen. Zowel in partnerschap Brabant als Limburg zitten we ongeveer op het punt dat zorgverleners hebben gedefinieerd hoe zij gegevens van elkaar zouden willen inzien. Het gaat hier om welke gebruikerseisen ze stellen aan een viewer en welke gegevens daarin voor elkaar zichtbaar moeten zijn. Met de extra financiering kunnen we nu met alle zorgverleners tegelijk live gaan. Anders zou dat stapje voor stapje zijn geweest. De grote uitdaging zou dan zijn geweest om bij iedereen de focus en de energie erop te houden.”

Fimke Wiersma van Elaa: “Een belangrijke eerste stap was de keuze voor een ICT-leverancier. Deze gaat ervoor zorgen dat de gegevens in te zien zijn door de zorgverleners in onze geboortezorgketen, op manier die we met elkaar hebben afgesproken. De selectie was een zorgvuldig doorlopen traject waarin, naast technici, ook de zorgverleners input hebben geleverd. Daar vindt de komende periode verdere uitwerking op plaats met als vervolgstap contractering tussen de leverancier en het veld. Dit is een belangrijke stap.

Parallel is de werkgroep zorgproces sinds begin dit jaar actief. Zij brengen het huidige werkproces in kaart, zodat dit kan dienen als input voor de leverancier, voor het stellen van prioriteiten in de implementatie en als basis voor nieuwe procesafspraken en communicatie. Daarnaast is de kwaliteit van registratie voor goede informatie-uitwisseling een belangrijk item.”

Impuls om aan te sluiten
De toekenning van de extra financiële middelen kan een impuls zijn voor de VSV’s die nog niet aangesloten zijn bij een regionaal partnerschap. Wolleswinkel-Schriek: “We missen bijvoorbeeld in Limburg nog één zorgaanbieder om ook het laatste VSV aan te laten sluiten. Die zorgaanbieder maakt na dit nieuws een heroverweging. Het zou heel mooi zijn om ook dat VSV te mogen verwelkomen. Dan wordt de geboortezorg weer een stap beter.”

Wiersma sluit hierop aan: “Uiteindelijk moet iedere regio, iedere geboortezorgaanbieder met digitale gegevensuitwisseling aan de slag. Wanneer je als VSV nu aansluit bij een partnerschap, dan zijn er nog financiële middelen beschikbaar om te ondersteunen. Dus, stap nu in en lift mee op de aanwezige kennis en expertise. Zet je schouders eronder, voor de zwangere, haar partner en (ongeboren) kind.”

ICT-middelen en licentiekosten
De digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg kent een modulaire aanpak. Dit betekent dat er ‘onder de motorkap’, dus in de techniek, verschillende toepassingen nodig zijn om de uitwisseling tot stand te brengen. Die toepassingen moeten aangepast of geïmplementeerd worden om de gegevensuitwisseling tot stand te brengen. Dit kost geld. Hiervoor is het geld bedoeld én voor de licentiekosten. Dat zijn de kosten die je betaalt om de producten of diensten te mogen gebruiken.

Meer weten over de modulaire aanpak en hoe het ‘onder de motorkap’ werkt? Bekijk dan deze infographic of deze film.