Even voorstellen… Jasper Prinsen

30 juni 2021

Ik ben Jasper Prinsen, 42 jaar en woon in het lieflijke Ruinerwold. Vorige maand ben ik bij VIPP Babyconnect aan de slag gegaan als Implementatiespecialist ICT.

Wat me het meest aanspreekt bij VIPP Babyconnect is dat de eindgebruikers altijd als uitgangspunt genomen worden. Ze worden via de verschillende gebruikersgroepen nadrukkelijk betrokken bij het programma en mogen aan het einde van de looptijd ook de opgeleverde resultaten toetsen. Het is ook wel bijzonder dat er door het programmabureau een prachtig en pragmatisch afsprakenstelsel opgesteld is, dat zich ook in de praktijk bewijst door proof-of-concepts en voorbeeldimplementaties.

Ik weet uit ervaring hoe belangrijk goede en tijdige informatie-uitwisseling kan zijn voor de kwaliteit en veiligheid van zorg. Een casus die me altijd is bijgebleven was de zorgcoördinator die een aantal jaar geleden op een vrijdagmiddag eindeloos rond moest bellen om het actueel medicatieoverzicht van een nieuwe GGZ-cliënt compleet te krijgen.

Het is mooi om te zien dat dankzij de verschillende VIPP-regelingen er in diverse sectoren eindelijk mooie stappen kunnen worden gezet op het vlak van informatie-uitwisseling.

Voordat ik bij VIPP Babyconnect aan de slag ging, heb ik o.a. bij een GGZ-instelling, bij een elektronisch cliëntendossier (ECD) en bij een adviesbureau gewerkt. Ik heb het werken met zorg-IT dus vanuit verschillende perspectieven leren kennen. Toen een klant van het ECD koos voor een best-of-breed oplossing (geschikte software voor een specifieke bedrijfsactiviteit, wat betekent dat er meerdere softwarepakketten naast elkaar worden ingezet, red.), heb ik me voor het eerst bezig gehouden met integratie tussen systemen op basis van FHIR. Later heb ik bij het adviesbureau verschillende projecten in de langdurige zorg gedaan, waarbij ik ook in aanraking ben gekomen met de subsidieregelingen VIPP GGZ en InZicht.

Mijn wens voor de komende periode is dat er voldoende regio’s gebruik gaan maken van de subsidieregeling om landelijke dekking te kunnen realiseren. Dat zou een fenomenaal resultaat zijn voor een bescheiden subsidieregeling en natuurlijk vooral voor alle (toekomstige) zwangeren in het land.