‘We doen kennis op voor de toekomst’

23 september 2022

 

RZCC (Regionaal Zorg Communicatie Centrum) is penvoerder van twee regionale partnerschappen, Brabant en Limburg. Hoe verloopt het traject Babyconnect daar en zijn er voordelen aan penvoerderschap van twee partnerschappen? Mireille Wolleswinkel-Schriek, directeur-bestuurder van RSO RZCC, vertelt erover in deze editie van de rubriek ‘Aan het woord.’

Waarom heb je ja gezegd tegen het project?
Toen ik in januari 2022 begon bij RZCC was de toekenning net binnen. Dus feitelijk heb ík geen ja gezegd. Maar ik sta er voor 100% achter. Ik geloof in Babyconnect en het is geweldig dat er middelen en een landelijk programmabureau beschikbaar zijn.
Babyconnect is het eerste VIPP-programma dat zich bezighoudt met de gegevensuitwisseling binnen netwerkzorg, waarbij meerdere zorgdisciplines en veel partijen betrokken zijn. Elke cliënt heeft een uniek eigen zorgnetwerk. Veel zorg, zoals revalidatiezorg en ouderenzorg, is ook netwerkzorg. Ik zie Babyconnect als een testcase voor digitale gegevensuitwisseling binnen andere zorgnetwerken.

Waarom is digitale gegevensuitwisseling in zorgnetwerken anders?
De realisatie van digitale gegevensuitwisseling is complex, omdat we met heel veel partijen aan tafel zitten. In Brabant bijvoorbeeld 6 VSV’s, waar bij elk VSV zo’n 10 tot 20 zorginstellingen aangesloten zijn. Door te spreken over hoe gegevensuitwisseling eruit moet gaan zien, breng je de complexiteit in beeld en bouw je in werkgroepen aan samenwerking.
In de stuurgroep hebben we met elkaar de taken en verantwoordelijkheden vastgesteld. Wat doe je wel en wat niet als stuurgroep, wat doet het VSV en wat blijft de verantwoordelijkheid van individuele organisaties. Ook dat was best complex.

RZCC is de enige penvoerder voor twee partnerschappen. Hoe verloopt dat?
De aanpak van beide regionale partnerschappen is zo’n beetje hetzelfde. Soms is het ene partnerschap wat verder met een onderwerp dan het andere en vice versa. En dat is mooi, want zo leren we van elkaar en kunnen wij heel efficiënt werken als projectorganisatie. Dat is zeker een voordeel van meerdere partnerschappen. We zijn nu bezig met het maken van een programma van eisen. Dat is bijna af. Naast de technische eisen besteden we veel aandacht aan het formuleren van de gebruikerseisen, bijvoorbeeld over welke gegevens zorgverleners willen inzien en hoe ze gegevens willen inzien. Welke eisen stellen we aan een viewer als eindgebruikers?

Wat zijn je verdere ervaringen tot nu toe?
Het is belangrijk om goede contacten te hebben in de regio, maar dat is niet de enige succesfactor. Het hielp dat ROS Robuust al goede contacten in beide regio’s had, vooral met de zorgverleners in de eerste lijn. Zo konden we vanaf het begin een goede mix van zorgverleners aan tafel krijgen, die waardevolle inhoudelijke bijdragen leveren.
In zo’n complex en innovatief traject heb je naar mijn idee vooral de juiste capaciteiten nodig. Je zoekt een beetje een schaap met 5 poten. Onze projectleiders hebben een zorg- en een technische achtergrond (arts en klinisch informaticus) en weten goed waar ze het over hebben. Ik neem ervaring mee als zorgmanager en veranderkundige en zit er behoorlijk bovenop om feeling te houden met de ontwikkelingen en ervoor te zorgen dat we op stoom blijven. Ook kan ik met het team van RZCC de ervaring en deskundigheid van een RSO inbrengen. Dat alles samen lijkt best een goede mix. Ik zou het interessant vinden om alle verschillende aanpakken van de regio’s na afloop te vergelijken en te zien wat we daaruit kunnen leren.

Tot slot: Wie moeten we de volgende keer interviewen en wat wil je deze persoon graag vragen?
De subsidie is bedoeld voor de ontwikkeling en de implementatie digitale gegevensuitwisseling. Maar dat is pas het begin. Ook voor de toekomst is er structureel geld nodig. Dit onderwerp leeft echt onder zorgverleners in onze regio’s: hoe gaan we de financiering van de digitale gegevensuitwisseling duurzaam regelen en hoe weet ik dat ik de licenties die ik voor Babyconnect aanga ook na 2025 kan betalen? Ik weet dat het landelijk programmabureau daarmee bezig is en denk dat het goed is als hierover gecommuniceerd blijft worden naar het veld. Ook als zaken nog niet zeker zijn.
Ik zou graag aan een eerstelijnsverloskundige die meer weet van de landelijke onderhandelingen willen vragen hoe hij of zij denkt over de duurzame financiering.