Peter Vlaandere, directeur ZONH: “Goede gegevensuitwisseling is van levensbelang”

29 augustus 2022

 

Deze keer in ‘Aan het woord’: Peter Vlaandere, sinds twee jaar directeur van ZONH (Zorgoptimalisatie Noord-Holland) en penvoerder van het project Babyconnect in Noord-Holland. Peter heeft het interviewstokje overgedragen gekregen van Wim Hodes (RSO GERRIT). In deze editie gaat Peter onder andere in op het vitale belang van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg.

1. Waarom hebben jullie ja gezegd tegen het project?
Babyconnect gaat om het verbeteren van de informatievoorziening in de geboortezorg. Betere informatie kan mensenlevens (of babylevens) redden. En dat vinden wij als samenwerkingspartner van zorgorganisaties het hoogste doel en uiterst belangrijk. Babyconnect ligt in de lijn met wat wij doen als regionale ondersteuningsstructuur (ROS):
het verbinden en ondersteunen van zorgverleners in de regio op het gebied van samenwerking.
De keuze om mee te doen aan BabyConnect is overigens door mijn voorgangster gemaakt en daar ben ik blij om.

2. Waarom ben je daar blij om?
Babyconnect is een mooi project. Het gedachtegoed is zo oud als de weg naar Rome. Je wil als zorgverlener de beste zorg geven aan je patiënt of cliënt. Zorgverleners baseren hun keuzes op de voorhanden zijnde informatie. Is dit niet compleet of actueel dan kan je keuze grote, zelfs fatale, gevolgen hebben voor de aanstaande moeder en het ongeboren kind. Als een vrouw aan het einde van de zwangerschap bijvoorbeeld overgedragen wordt aan een gynaecoloog, dan wil deze zorgverlener op dat moment alle relevante informatie weten om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Digitale gegevensuitwisseling is van levensbelang voor goede geboortezorg en het succes van VIPP Babyconnect is essentieel.

3. In Noord-Holland is een praktijkimplementatie (voorbeeldimplementatie) geweest. Wim Hodes vroeg zich in de voorgaande editie af wat jullie ervaringen zijn?
De praktijkimplementatie is op een relatief beperkte schaal getest, waarin de gynaecoloog in het Dijklander ziekenhuis de gegevens kan inzien die door zorgverleners van regionale verloskundepraktijken eerder zijn ingevoerd. Dit is technisch gezien een enorme stap en een belangrijke deelstap in het proces om informatie uit te kunnen wisselen in de dagelijkse praktijk. Er bestaan meerdere verloskundige informatiesystemen en daarom is de impact nu nog beperkt. Vanuit hier gaan we de uitwisseling verder uitbouwen, zodat meer systemen en zorgverleners met elkaar gegevens kunnen delen. Op die manier ontstaat er een olievlek, waar uiteindelijk de hele Nederlandse geboortezorg met elkaar kan communiceren.

Verder hebben we ontdekt dat het bovenliggende belang van goede geboortezorg niet altijd ervaren wordt door commerciële partijen. Bedrijfsbelangen spelen vaak een dominante rol, dat is soms frustrerend. Daarbij hebben deze partijen zo’n belangrijke positie dat we er niet omheen kunnen.

4. Hoe kijk je naar de toekomst?
Ik ben positief. De samenwerking met het programmabureau verloopt constructief en het bureau speelt steeds beter in op de behoefte van de regio. Ook pakt het de coördinerende rol goed op.
Maar: we zijn er nog niet met de implementatie. Het is geen walk in the park. We hebben ervaren dat een oplossing vaak weer een nieuwe behoefte creëert. Ik voorzie bijvoorbeeld kinderziektes in de eerste uitwisselingen of financiële discussies in de implementatie. Maar dat is part of the game, dat hoort erbij. Het is een ontdekkingstocht en we leren veel. Van al deze kennis en ervaringen heeft de hele Nederlandse geboortezorg baat. Andere regio’s kunnen gebruik maken van deze kennis, zoals onder meer van de regio-architectuur die we aan het ontwikkelen zijn.

5. Laatste vraag: aan wie draag je het interviewstokje over en wat wil je weten?
Aan de penvoerder van regionaal partnerschap Brabant en Limburg. Ik ben benieuwd hoever het zuiden is met het project. Daar heb ik weinig zicht op.