Hoe doe je óók mee aan digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg?

17 juni 2022

Veilige digitale gegevensuitwisseling zorgt ervoor dat de cliënt en zorgverlener de juiste informatie op het juiste moment beschikbaar hebben. Vanaf 2020 werken verschillende regionale partnerschappen aan de implementatie van digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg. Maar wat als jouw VSV of zorgorganisatie nog niet meedoet?  
Deze vraag komt vaak binnen bij het landelijke programmabureau en gaan we beantwoorden naar aanleiding van de onlangs verschenen wijziging van de beleidsregel VIPP Babyconnect.
 

Het grootste resultaat bereiken
Nienke Lemstra, projectleider GERRIT (partnerschap Noord-Nederland): “We bereiken natuurlijk het grootste resultaat als álle zorgverleners van de praktijken en VSV’s meedoen. We krijgen nu al de vraag ‘wat als wij als verloskundige nu doorverwijzen naar een VSV dat nog niet meedoet?’ In Noord-Nederland verwijzen we in de hele regio naar elkaar. We zijn gestart met 3 VSV’s en hebben een groei gemaakt door 2 extra VSV’s  te laten aansluiten. Dus we hopen ook het hele werkgebied Noord-Nederland te kunnen bereiken en voor hen digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg mogelijk te maken”.  

Negen regionale partnerschappen

In het land zijn negen regionale partnerschappen die met een penvoerder, een regionale projectorganisatie en betrokken partners uit de geboortezorg en jeugdgezondheidszorg digitale gegevens gaan implementeren. De penvoerders hebben een subsidie van het ministerie van VWS om de projectorganisatie te kunnen inrichten en uitvoeren. In 2021 is gebleken dat alleen deze subsidie niet toereikend was. Naast een projectorganisatie zijn bijvoorbeeld ook aanpassingen aan ICT middelen, aansluitkosten en licentie kosten (samengevat als materiële kosten) een noodzakelijke randvoorwaarde voor de implementatie. Met de gewijzigde beleidsregel VIPP Babyconnect worden extra middelen hiervoor beschikbaar gesteld. In de beleidsregel is ook opgenomen dat de looptijd van VIPP Babyconnect voor de regionale partnerschappen is verlengd tot 15 juni 2024.

Hoe doe je mee?
Je kunt als VSV/IGO nog tot uiterlijk 31 maart 2023 aansluiten bij een bestaand regionaal partnerschap. De penvoerder kan hier subsidie voor aanvragen. Een nieuw partnerschap vormen is niet meer mogelijk.  De regionale partnerschappen zijn volop bezig met hun implementatietrajecten, dus je sluit aan bij een project dat al loopt.
Omdat het laten aansluiten van een extra VSV/IGO best wat inspanning vraagt voor zowel de regio als voor de penvoerder, is het van belang om je zo spoedig mogelijk aan te melden bij het landelijke programmabureau of bij de coördinerende projectleider van het regionaal partnerschap waarbij jouw VSV wil aansluiten. Zij kunnen jou ook ondersteunen bij het implementeren van digitale gegevensuitwisseling.

Maandelijkse digitaal vragenuurtje
Wil je meer weten over de regionale partnerschappen? Wil je aansluiten bij een regionaal partnerschap, maar weet je nog niet waar en hoe? Of heb je andere vragen, bijvoorbeeld over het Framework dat de basis vormt voor digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg?
Het landelijke programmabureau organiseert iedere eerste donderdag van de maand een digitaal vragenuurtje en neemt aanwezigen mee in de laatste ontwikkelingen.  

Wil je hier ook bij zijn? Bezoek het maandelijkse vragenuurtje via deze Teams link. 

Framework is de basis

Het Framework 2018-2022 Realisatie digitaal informatie delen in de geboortezorg Nederland vormt het startpunt van VIPP Babyconnect. Dit is tot stand gekomen in opdracht en onder regie van het ministerie van VWS, directie Curatieve Zorg, in samenwerking met alle partijen in de geboortezorg waaronder CPZ, Perined en Nictiz, en is opgesteld door Stichting CareCodex.
In het Framework staan de eisen waaraan veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg moet voldoen. 

Meer informatie over het Framework vind je hier.

Eisen voor digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg

In het Framework staan de eisen waaraan veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg moet voldoen:

  • De cliënt heeft regie over haar gegevens.
  • De cliënt moet zelf haar gegevens kunnen inzien via een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO).
  • Zorgverleners moeten kunnen blijven werken in het eigen systeem en alle relevante gegevens in één scherm kunnen inzien; het zogenoemde ‘dynamisch raadplegen’ van relevante gegevens, zoals een integrale zwangerschapskaart.
  • Zorgverleners moeten de meest actuele gegevens kunnen raadplegen.
  • Zorgverleners moeten niet door meerdere documenten hoeven bladeren om relevante informatie te vinden.
  • De organisatie die de zorg levert, moet de kwaliteit van het zorgproces dat zij uitvoert kunnen monitoren om het waar nodig te verbeteren.
  • Het RIVM en Perined, die verantwoordelijk zijn voor macro-data over de geboortezorg, moeten de kwaliteit van de geboortezorg in Nederland kunnen monitoren en de resultaten (indicatoren) beschikbaar kunnen stellen om de kwaliteit van het zorgproces te verbeteren.
  • De gegevensuitwisseling moet voldoen aan alle wet- en regelgeving, bijvoorbeeld op het gebied van privacybescherming en gegevensbeveiliging.
  • De gegevensuitwisseling moet voldoen aan nationale en internationale standaarden.
  • De gegevensuitwisseling moet voldoen aan de functionele eisen van de vier eindgebruikersgroepen, namelijk cliënten/patiënten, zorgverleners, zorgorganisaties en zorgnetwerken en data-analisten en onderzoekers.