Blog: Innovatie omvat ontwikkeling en implementatie

15 mei 2021

Digitale gegevensuitwisseling binnen de gehele geboortezorg sector is nieuw en innovatief. Innoveren is ontdekken en verkennen wat werkt om vervolgens te kunnen implementeren. Dat is spannend en daarin is ruimte noodzakelijk. Bij VIPP Babyconnect lopen innovatie en implementatie, het proces en de uitvoering, soms gelijk. Vooral in de eerste subsidierondes was dit het geval. Dat inmiddels veel is verkend, uitgezocht en opgelost, helpt nieuwe regio’s die deelnemen. Zij profiteren van de ervaring die landelijk en regionaal al is opgedaan. Bestuurder Sonia Jennings van Stichting CareCodex en VIPP Babyconnect gaat hier in deze blog dieper op in.

Om veilige digitale gegevensuitwisseling te realiseren is het nodig dat er afspraken worden gemaakt op verschillende niveaus: tussen organisaties, over het zorgproces, over de inhoud van de informatie, over de systemen en over hoe de ict-organisatie eruit gaat zien. Deze vijf lagen uit het interoperabiliteitsmodel helpen bij het vastleggen van alle randvoorwaarden en afspraken die nodig zijn om veilige digitale gegevensuitwisseling in de geboortezorg te realiseren. Aan de hand van het interoperabiliteitsmodel en met ervaring die inmiddels is opgedaan, duidelijk wordt dat ontwikkeling en implementatie onderdeel zijn van innovatie.

Voordat de eerste subsidieronde was opengesteld, is het landelijk programmabureau al begonnen om vanuit het framework en het functionele ontwerp verdere invulling te geven aan de realisatie van gegevensuitwisseling. Tegelijkertijd hebben twee regio’s de subsidieaanvraag toegekend gekregen voor de implementatie. Nieuwe vragen kwamen naar voren. Die input en vragen over de implementatie waren terug te voeren op de diverse lagen van het interoperabiliteitsmodel. De antwoorden op deze vragen verrijkten het ontwikkelde afsprakenstelsel en de informatie over de implementatie in de toolkit. Op dit moment zien we dat een groot deel van de landelijke innovatie is afgerond en de focus in de regio’s verschuift naar implementatie. Regionale partnerschappen die de subsidie nog gaan aanvragen, hebben daar voordeel van. Waar er eerst nog weinig was en alles ontwikkeld moest worden, is nu al veel kennis en inzicht beschikbaar.

Hieronder de stappen vanuit het interoperabiliteitsmodel die voor implementatie nodig zijn:

– Afstemming

Als je vanuit het interoperabiliteitsmodel kijkt naar deelnemende regio’s, dan moeten organisaties eerst helder hebben wat ze gezamenlijk willen bereiken (organisatiebeleid). Hierbij kijk je naar verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarnaast peil je of iedereen hetzelfde denkt over veilige digitale gegevensuitwisseling en wat hiervoor nodig is.

– Samenwerking

Als er een gezamenlijk doel is en het beleid van organisaties is daarop afgestemd, dan is de tweede stap mogelijk: samenwerking. Vanuit de praktijk (zorgproces) kijk je wat jullie al samen doen en hoe er al wordt samengewerkt. In welke concrete zorgprocessen wordt samengewerkt en welke overdrachtsmomenten zijn er? De ene regio heeft al veel ervaring met samenwerking in het netwerk, terwijl dit in andere regio’s wat meer in de kinderschoenen staat. Is dit laatste het geval, dan richt de regio zich eerst op het ontwikkelen deze samenwerking. Wordt al goed samengewerkt, dan kan de stap naar implementatie sneller worden genomen.

– Structuur en inhoud

Zodra de processen duidelijk zijn, kan de stap naar de inhoud worden gezet (informatie). Je maakt afspraken over de informatie die je vastlegt en deelt in de samenwerking.  Met eindgebruikers (cliënten, zorgverleners, zorgorganisaties en data-analisten) is landelijk, maar ook in een aantal regio’s hier al uitvoerig naar gekeken. De informatie die zij willen uitwisselen sluit aan op de nieuwe dataset.

– De systemen

Is er een gezamenlijk doel, goede samenwerking én duidelijkheid over de uit te wisselen gegevens, dan ga je aan de slag met de zorginformatiesystemen van de verschillende zorgorganisaties en zorgverleners (applicaties). Welke systemen worden er in de regio gebruikt en hoe kan informatie tussen deze systemen worden gedeeld? Het landelijk programmabureau ondersteunt de deelnemende regio’s hierbij met de kennis die inmiddels is opgedaan en te vinden is in het afsprakenstelsel.

– Infrastructuur

De laatste stap is het technische deel: hoe maken we het technisch mogelijk dat informatie wordt uitgewisseld. In de regio bekijk je wat er (nog) nodig is om digitale gegevensuitwisseling te realiseren. Daarbij wordt onder meer gekeken naar veiligheid en toegang tot de zorgnetwerken en de uitwisseling over de regio’s heen om tot landelijke uitwisseling te komen.

 

Heb je vragen over deze blog? Of wil je meer informatie? Stuur dan een mail aan: info@carecodex.org