Home » Nieuws » Gegevensuitwisseling tussen geboortezorg en jeugdgezondheidszorg vraagt om samenwerking en vertrouwen

Goede discussies, slimme vragen en antwoorden! Dat was het resultaat van de druk bezochte bijeenkomst over de digitale gegevensuitwisseling tussen de geboortezorg en jeugdgezondheidszorg op woensdag 2 oktober in Utrecht. Professionals uit beide sectoren en een ervaringsdeskundige gingen met elkaar in gesprek. Met elkaar verkenden de deelnemers de kansen en uitdagingen en er werden suggesties gedaan om te komen tot volgende stappen. De conclusie van de bijeenkomst: zoek elkaar op en ga samenwerken!

Een moeder, verloskundigen, medewerkers van CJG’s, GGD, NCJ, VWS, Babyconnect en RSO’s, kraamzorg, een kinderarts, beleidsadviseurs vanuit branches en koepelorganisaties en leveranciers; iedereen was aanwezig. Zij gingen aan de slag met vragen als: Wat is belangrijk in de gegevensuitwisseling tussen de geboortezorg en de jeugdgezondheidszorg? Wat hebben organisaties en professionals nodig en wat gaan we doen om de uitwisseling te optimaliseren?

Aanknopingspunten
Hans Oosterkamp en Janneke Bootsma van Berenschot begeleidden de bijeenkomst. Oosterkamp sprak vooraf de hoop uit om een ‘badkuip vol suggesties’ op te halen. Dat lukte! De positieve en constructieve sfeer leverde genoeg aanknopingspunten op waarmee de sectoren aan de slag kunnen. Daar moet één van de betrokken partijen dan wel het voortouw bij nemen. Anders wordt op elkaar gewacht en gebeurt er niets. Belangrijk daarbij is dat er gefaseerd wordt gewerkt. Als je kleine stappen zet en begint met het simpelste dan kun je daarna uitbreiden. Welke stap ook wordt gezet, het is belangrijk dat de klant telkens centraal staat en wordt betrokken.

Basis
Programmamanager Michael Tan van Nictiz gaf een inleiding over de organisatie, het zorgproces, de informatie, applicaties en IT-infrastructuur – de vijf lagen uit het interoperabiliteitsmodel – in de jeugdgezondheidszorg en de geboortezorg. “De processen zijn nu nog gescheiden, maar er moet samenwerking komen. Daar is veel overreding en gepraat voor nodig”, aldus Tan. Met de inleiding schetste hij de basis van waaruit de partijen tot efficiënte digitale gegevensuitwisseling moeten komen. Hij lichtte daarvoor het interoperabiliteitsmodel toe. Interoperabiliteit is de mogelijkheid van organisaties om met elkaar samen te werken, te communiceren en informatie uit te wisselen.

In gesprek
In groepen gingen de deelnemers na de inleiding zelf aan de slag. Ze gingen met elkaar het gesprek aan over de vijf lagen van het interoperabiliteitsmodel. Welke afspraken zijn er? Welke samenwerkingen zijn al gestart? Welke instrumenten gebruiken we die nuttig zijn? Wat hebben we te doen met elkaar? Kansen, oplossingen en ideeën: alles kwam ter sprake. Aan de tafels ontstonden mooie discussies en werden praktijkvoorbeelden besproken. Zo gaf een deelnemer aan ‘ervaring te hebben met hoe lastig het is tot consensus te komen over welke gegevens zouden moeten worden overgedragen’.
De zwangere of net bevallen vrouw stond veelal centraal. Zo werd besproken wie er allemaal langskomt bij de zwangere. “Deels doen we hetzelfde. Hoe zou dit voor een zwangere zijn?”, vroeg iemand zich hardop af. Voordat informatie kan worden gedeeld is toestemming nodig van de klant. “Als je goed kunt uitleggen waarom je iets wilt delen, verklein je het risico dat er geen toestemming wordt gegeven”, gaf een moeder als tip mee. Zij bracht ook in dat de zwangere haar verhaal maar één keer wil vertellen. Ook was er verbazing over de ‘papieren’ overdracht die er nog steeds is tussen verloskundige, kraamzorg en jeugdgezondheidszorg. Een van de deelnemers merkte op: “met goede digitale gegevensuitwisseling maken we de zorg efficiënter en minder foutgevoelig.” Vanuit de praktijk kwam verder naar voren dat lang niet altijd meer duidelijk is wat zorgprofessionals elkaar te bieden hebben. Elkaar leren kennen en weten wat je aan elkaar hebt, kwam als belangrijk aandachtspunt naar voren. Daarbij speelt vertrouwen een essentiële rol.

Volgende stappen
De bijeenkomst werd georganiseerd door Actiz Jeugd, GGD GHOR Nederland, Nederlands Centrum voor Jeugd (NCJ), College Perinatale Zorg (CPZ) en Babyconnect. Ook het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) dacht mee in de voorbereiding, was aanwezig tijdens de bijeenkomst en blijft betrokken. Deze organiserende partijen gaan samen de volgende stappen zetten.

Agenda

  1. Quli Experience 2019

    25 november » 15.00 - 19.30
  2. Workshop ‘Schrijven subsidieaanvraag’

    2 december » 10.00 - 12.00
  3. Veldondersteunersbijeenkomst

    5 december » 08.00

Nieuws

Blog

Share This